Wet Maatschappelijke Ondersteuning 2015

Wat wordt bedoeld met maatschappelijke ondersteuning

In de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) 2015 wordt het begrip “Maatschappelijke ondersteuning” als volgt omschreven:

  1. bevorderen van de sociale samenhang, de mantelzorg en vrijwilligerswerk, de toegankelijkheid van voorzieningen, diensten en ruimten voor mensen met een beperking, de veiligheid en leefbaarheid in de gemeente, alsmede voorkomen en bestrijden van huiselijk geweld,
  2. ondersteunen van de zelfredzaamheid en de participatie van personen met een beperking of met chronische psychische of psychosociale problemen zoveel mogelijk in de eigen leefomgeving,
  3. bieden van beschermd wonen en opvang

In de nieuwe wet staan een aantal begrippen centraal: participatie, zelfredzaamheid, maatwerkvoorziening, resultaatverplichting. Deze worden hieronder kort toegelicht.

Participatie

De gemeente heeft in de nieuwe Wmo een brede verantwoordelijkheid voor de deelname van mensen met een beperking of psychische problematiek aan het maatschappelijke verkeer.

Zelfredzaamheid

De gemeente moet een passende ondersteuning bieden waarmee mensen in staat zijn tot het uitvoeren van de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen en het voeren van een gestructureerd huishouden.

Mensen die voor hun begeleiding (gericht op bevordering, behoud of compensatie van de zelfredzaamheid) een beroep deden op de AWBZ, moeten zich nu wenden tot de gemeente. Het gedeelte van deze doelgroep dat verzorging nodig heeft die in het verlengde van de begeleiding wordt geleverd en daarmee samenhangt, valt sinds 1 januari 2015 ook onder de verantwoordelijkheid van de gemeente.

Maatwerkvoorziening

De gemeente is verplicht om mensen met een beperking of psychische problematiek te compenseren voor de beperkingen die zij ondervinden bij hun zelfredzaamheid en participatie. In de Wmo 2015 is de term ‘maatwerkvoorziening’ geïntroduceerd. De verplichting voor de gemeente om maatwerk te leveren is in de nieuwe wet ruimer geformuleerd dan de compensatieplicht, zoals die in de oude wet Wmo werd gedefinieerd. De maatwerkvoorziening is aanvullend op wat iemand zelf kan bijdragen, en vormt samen met de inzet van eigen kracht of, indien van toepassing, gebruikelijke hulp of mantelzorg een samenhangend ondersteuningsaanbod, ofwel maatwerk. Ook het gebruik van een algemene voorziening kan, afhankelijk van de omstandigheden van de cliënt, tot het vereiste maatwerk leiden.

Resultaatverplichting

De gemeente heeft in de nieuwe wet een resultaatverplichting. Het uitgangspunt is dat zelfredzaamheid en meedoen de verantwoordelijkheid zijn van mensen zelf. Maar de gemeente moet beleid maken ter ondersteuning van mensen die niet volledig zelf kunnen voorzien in hun zelfredzaamheid en participatie, of behoefte hebben aan beschermd wonen of opvang.

Pgb en voorzieningen in natura

Cliënten kunnen nog steeds een keuze maken tussen voorzieningen in natura of een persoonsgebonden budget. In artikel 2.3.6 van de nieuwe wet staat:

‘Indien de cliënt dit wenst, verstrekt het college hem een persoonsgebonden budget dat de cliënt in staat stelt de diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, van derden te betrekken’.

De voorwaarden waaronder inwoners in aanmerking komen voor een Pgb worden wel uitgebreider geformuleerd, ook de wijze waarop Pgb gelden worden uitbetaald is ingrijpend gewijzigd: zij worden via de Sociale Verzekerings Bank (SVB), na goedkeuring door de zorgontvanger, rechtstreeks uitbetaald aan de zorgverlener.

Cliënten- en burgerparticipatie

In de gemeentelijke Wmo verordening moet worden bepaald op welke wijze ingezetenen, waaronder in ieder geval cliënten of hun vertegenwoordigers, worden betrokken bij de uitvoering van de wet, waarbij in ieder geval wordt geregeld de wijze waarop zij:

  1. in de gelegenheid worden gesteld voorstellen voor het beleid te doen;
  2. vroegtijdig in staat worden gesteld gevraagd en ongevraagd advies uit te brengen bij de besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen;
  3. worden voorzien van ondersteuning om hun rol effectief te kunnen vervullen;
  4. deel kunnen nemen aan periodiek overleg;
  5. onderwerpen voor de agenda van dit overleg kunnen aanmelden;
  6. worden voorzien van de voor een adequate deelname aan het overleg benodigde informatie.

Inkoop en kwaliteit

De gemeente kan de wet laten uitvoeren door derden. De criteria die de gemeente bij een eventuele aanbesteding moet hanteren worden in de wet genoemd. Cliënten moeten actief bij het inkoopbeleid worden betrokken. Ook moet de gemeente streven naar diversiteit in het gecontracteerde aanbod en creatieve mogelijkheden bieden voor individueel maatwerk, als de door aanbieders aangeboden pakketten niet toereikend zijn.

De cliënt staat centraal

Keuzevrijheid en zeggenschap belangrijk zijn bij ondersteuning in de vorm van een maatwerkvoorziening. Als de cliënt ondersteuning in natura ontvangt, wil de regering aanbieders aansporen om meer maatwerk te bieden en innovatieve arrangementen te ontwikkelen. Hierbij hoort ook dat aanbieders zich moeten richten naar de cliënt en niet (of minder) naar de regels en gebruiken binnen hun organisatie. In de wet is een uitgebreid hoofdstuk opgenomen over kwaliteitseisen waaraan. In dit hoofdstuk worden bepalingen geformuleerd voor de kwaliteit van het aanbod van de aanbieders van maatschappelijke ondersteuning.